Homepage / Ik ben AA-Accountant / Tuchtrecht en Toezicht / 1994 / Nummer 1994 / 11

Loop van het geding

Gezien de stukken, waaronder de brief van klager van 9 februari 1993, waarmee hij de onderhavige klacht tegen betrokkene heeft ingediend; gezien voorts het verweer van betrokkene; gelet op het feit dat de Raad partijen heeft laten weten dat de onderhavige klacht ter zitting van 13 juni 1994 zou worden behandeld; gelet op de brief van klager van 1 juni 1994, waarin hij mededeelt niet op de zitting aanwezig te zullen zijn; gelet voorts op de telefax van betrokkene van 9 juni 1991, waarin hij de Raad heeft laten weten eveneens niet ter zitting te zullen verschijnen en waarin hij de Raad tevens mededeelt akkoord te kunnen gaan met een afdoening van de zaak op basis van de schriftelijke stukkenwisseling.

De Raad van Tucht voor Accountants-Administratieconsulenten heeft de volgende uitspraak gedaan inzake: A, h.o.d.n. Café M., wonende te A., klager; contra: B, Accountant-Administratieconsulent te A., betrokkene;

Vaststaande feiten

<typolist type="1">

In een procedure bij de Rechtbank te Z. tussen R BV als eiseres en mevrouw A als gedaagde heeft de Rechtbank bij tussenvonnis van 13 juni 1993 R BV toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat "destijds een uurtarief van ƒ 240,- of hoger in kwesties van de onderhavige aard regelmatig door haar is toegepast". Daarnaast is eiseres bij dat vonnis in de gelegenheid gesteld om bewijsstukken te overleggen "terzake van de destijds in A. gebruikelijke tarieven van kleinere belastingadvieskantoren respectievelijk accountants- of administratiekantoren of van andere, redelijkerwijs vergelijkbare beroepsbeoefenaars, zulks teneinde haar stelling dat het door haar gehanteerde tarief een in casu redelijk tarief is met bewijs te onderbouwen."

Betrokkene heeft vervolgens op verzoek van R BV een verklaring gedateerd 25 september 1992 ondertekend met de volgende inhoud: "De ondergetekende, Z & Co, Accountants met name B, Accountant-Administratieconsulent te A., verklaart bij deze dat het in 1987 en 1988 gebruikelijk en redelijk was om tarieven van tenminste ƒ 240,- per uur in rekening te brengen voor fiscaal-juridisch advies in horeca-aangelegenheden in de regio A."

</typolist>

 

De klacht

Klager, stellende dat hij in een proces gewikkeld is met een financieel adviseur, stelt zich op het standpunt dat de hiervoor weergegeven verklaring van betrokkene niet door betrokkene verstrekt had mogen worden, en voorts dat de verklaring niet objectief is en op onwaarheden berust

Het verweer van betrokkene

Betrokkene heeft zich gemotiveerd tegen de klacht verweerd, waarop de Raad in het volgende zonodig zal ingaan.

Beoordeling van de klacht

Ontvankelijkheid

 

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat klager een ander is dan de gedaagde partij in de bij de Arrondissementsrechtbank te Z. aanhangige of aanhangig geweest zijnde procedure. De vraag rijst derhalve of klager als belanghebbende beschouwd kan worden en deswege in zijn klacht kan worden ontvangen. De Raad is van oordeel dat klager ontvankelijk verklaard moet worden reeds omdat uit de formulering van de klacht blijkt dat hij van oordeel is dat de eer van de stand Accountants-Administratieconsulenten in het geding is.

 

Inhoudelijke beoordeling

 

Klager heeft zich bij de onderhavige klacht uitdrukkelijk beperkt tot de verklaring van betrokkene van 25 september 1992. Tegen de door de heer Z AA, kantoorgenoot van de betrokkene, afgegeven verklaring zijn door klager geen klachten ingediend. De Raad zal zich in zijn oordeel mitsdien beperken tot de beoordeling van de vraag of de door betrokkene afgegeven verklaring van 25 september 1992 een inbreuk op de eer van de stand van Accountants-Administratieconsulenten vormt.

 

De Raad is van oordeel dat van een zodanige inbreuk geen sprake is. Betrokkene heeft gesteld dat hij voldoende onderzoek heeft verricht om tot de verklaring als door hem is afgegeven, te kunnen komen. Betrokkene heeft daartoe aangevoerd dat hij is afgegaan op de opmerkingen van zijn kantoorgenoot Z AA, die reeds lange tijd als Accountant-Administratieconsulent zijn beroep in A. en omgeving uitoefent en dus uit eigen ervaring kon putten. Bovendien ­ aldus nog steeds betrokkene ­ bevond zich in het door de heer Z aangelegde dossier een mededeling van de heer Y, registeraccountant, gedateerd 5 augustus 1991, een drietal verklaringen van administratiekantoren, alsmede een kopie van een uitgave van het Nederlands Verbond van Administratiekantoren, waarin wordt ingegaan op de hoogte van de uurhonoraria. De desbetreffende verklaringen zijn door betrokkene in het geding gebracht. Klager heeft de juistheid van voormelde stellingen van betrokkene niet, althans onvoldoende weersproken. Gelet op het vorenstaande, waaronder met name bedoelde verklaringen, is de Raad niet gebleken dat de door de betrokkene afgegeven verklaring van 25 september 1992 onwaar of misleidend is. De klacht dient derhalve ongegrond verklaard te worden.

De beslissing

De Raad van Tucht voor Accountants-Administratieconsulenten; gelet op het bepaalde in de artikelen 30, 31, 43 en 45 van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten (oud) en artikel 2 van het Besluit Regelen Beroepsuitoefening Accountants-Administratieconsulenten;

 

gelet voorts op het bepaalde in artikel 14 van de Wet van 6 augustus 1993 tot wijziging van de Wet op de Registeraccountants en de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten met betrekking tot de overgangsbepalingen van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten;

 

verklaart de klacht ongegrond.

 

Gewezen op 2 september 1994 door mr. C. Schaap, waarnemend voorzitter, H. Kreuze AA, lid, mr. M.G.W. Otterspoor-Kousemaker, P.A. Roest AA en A.B.A. van Adrichem AA, plv. leden in aanwezigheid van mr. J.P. van Ginkel, secretaris.



Wachtwoord vergeten?


Ook interessant

AA Nieuws
Vaktechnische Helpdesk
© Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten Disclaimer