2009/12-I

Klager en zijn echtgenote zijn vennoten
van een Vof (verder: Vof ). Sedert augustus
2003 verzorgde X de boekhouding voor
deze Vof. X verrichtte de werkzaamheden
onder eindverantwoordelijkheid
van de Accountant-Administratieconsulent
(verder: de AA). In 2005 besloot de
Vof haar activiteiten te verplaatsen. In
verband met deze verplaatsing vonden
er onderhandelingen plaats waarbij
klager door X werd bijgestaan.
Eind juni 2005 heeft de Vof een huurovereenkomst
met Y gesloten. Ondertussen
werd gepoogd de huur met de huidige
verhuurder, Z te beëindigen. Hierover
zijn echter problemen ontstaan. In
september 2006 zijn de Vof en haar
vennoten waaronder klager failliet
verklaard. Klager dient een klacht in bij
de Raad van Tucht (verder: de Raad). De
AA wordt verweten dat als gevolg van
zijn onzorgvuldigheid en naïviteit als
leidinggevende/toezichthouder hij
medeverantwoordelijk is voor het feit
dat X ongestoord klager en de Vof ten
gronde heeft kunnen richten. X en/ of de
AA zouden onder andere klager verkeerd
hebben geadviseerd en verkeerd hebben
begeleid. Gelet op de klacht en het daartegen
gevoerde verweer oordeelt de Raad
als volgt. De Raad acht de klachtonderdelen
omtrent het handelen van X in
zoverre gegrond dat aannemelijk is
geworden dat X de regie is kwijtgeraakt
bij de advisering van de Vof. Met name
waar het gaat om de beëindiging van de
nog doorlopende huurovereenkomst
met Z in samenhang met het sluiten van
een nieuwe huurovereenkomst met Y. De
Raad verwerpt het beroep van de AA dat
klager niet expliciet aan X had opgedragen
de huurovereenkomst met Y te
beoordelen. In het kader van zijn adviesopdracht
had X in deze een eigen (voor)
zorgplicht en kon hij zich niet passief
opstellen. X had de advieswerkzaamheden
verricht als werknemer en onder
de volle verantwoordelijkheid van de AA,
hetgeen mede hierin tot uitdrukking
komt dat de AA de door X opgestelde
uitgaande correspondentie ondertekende.
Het had op de weg van de AA
gelegen zich door X te laten informeren
omtrent diens bezigheden en zich een
beeld te vormen van de dossiers waarin
deze werkzaam was. Aldus heeft de AA
zichzelf de mogelijkheid ontnomen zijn
medeweker X tijdig te sturen in de advisering
van de cliënt. Naar het oordeel
van de Raad is dit een onzorgvuldig
handelen van de AA dat in strijd komt
met artikel 5 GBAA. Dit klachtonderdeel
acht de Raad gegrond.Gelet op de gedeeltelijk
gegrond verklaring van de klacht,
schending van artikel 5 van de GBAA en
alle omstandigheden van het geval,
waarbij de Raad heeft meegewogen dat
klager ten tijde van de ondertekening
van het huurcontract met Y ook zelf
besefte dat de huurovereenkomst met Z
nog niet was beëindigd, legt de Raad de
AA de maatregel van een schriftelijke
waarschuwing op. De Raad verklaart de
overige onderdelen ongegrond.
Aldus gewezen door mr. drs. J. den Boer,
voorzitter, drs. S. de Boer AA en drs. E.
van Wilsem AA, leden, uitgesproken in
het openbaar op 20 maart 2007.

 



Wachtwoord vergeten?


Ook interessant

AA Nieuws
Vaktechnische Helpdesk
© Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten Disclaimer