Print  Venster sluiten
Homepage / Ik ben AA-Accountant / Vaktechnische thema's / Wwft

Wwft

Reikwijdte meldingplicht in Wwft

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) heeft in een uitspraak van 23 november 2009 (LJN: BK4209) geoordeeld dat voor het ontstaan van de meldingsplicht ingevolge de Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet MOT) een verband noodzakelijk is tussen de ongebruikelijke transactie en de dienstverlening. Het enkele feit dat een dienstverlener een ongebruikelijke transactie bij zijn dienstverlening onder ogen komt, is in dit kader onvoldoende verband naar het oordeel van het CBB.

 

Deze uitspraak van het CBB roept in de praktijk de nodige vragen op. De Wet MOT is inmiddels vervangen door de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Komt het CBB onder de Wwft tot hetzelfde oordeel? Wanneer is sprake van wel voldoende verband tussen de ongebruikelijke transactie en de dienstverlening? Volgt de strafrechter die oordeelt over het niet melden van een belastingadviseur dezelfde lijn als het CBB?

 

Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) heeft daarom vragen gesteld aan de minister van Financiën over deze materie. Minister Bos wil met zijn antwoord van 21 januari jl. duidelijkheid geven over de betekenis van de woorden “in verband met” in de definitie van het begrip transactie in artikel 1, lid 1, onder m in de Wwft: handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt in verband met het afnemen of het verlenen van diensten.

 

“De woorden ”in verband met” dienen ingevolge de Wwft in lijn met de aanbevelingen van de Financial Action Task Force (FATF) en de tweede en derde anti-witwasrichtlijnen, zo te worden uitgelegd dat ook een passieve betrokkenheid van de instelling (doordat zij wetenschap heeft van de ongebruikelijke transactie) de wettelijke meldplicht activeert.
De vraag of de dienstverlening van de instelling wel of niet een faciliterende rol heeft, is voor de toepassing van de meldplicht irrelevant. In de memorie van toelichting bij de Wwft is opgemerkt dat het moet gaan om dienstverlening waarbij de dienstverlener in staat is gevallen van witwassen en financieren van terrorisme te herkennen. Ongebruikelijke transacties kunnen zich ook uitstrekken tot transacties van derden waar de cliënt op een later tijdstip bij betrokken is en waar de instelling in zijn of haar normale beroeps- of ondernemingsuitoefening wetenschap van krijgt of heeft verkregen”.

 

Het is uiteraard de vraag wat de juridische status is van een dergelijke brief van de minister, maar in ieder geval weet de dienstverlener (accountant, belastingadviseur, e.d.) die een ongebruikelijke transactie meldt waarbij hij zelf niet actief betrokken was of is, zich gesteund door de minister van Financiën. De minister schrijft dat zijn uitleg zonodig geëxpliciteerd zal worden in een wetsvoorstel waaraan het ministerie op dit moment werkt.

 

De definitie van het begrip transactie in de Wwft veronderstelt ook nog dat het gaat om een  “handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt”. Er bestaat daarom nog steeds twijfel of ook gemeld moet worden indien de cliënt op geen enkele wijze betrokken is bij de ongebruikelijke transactie, zelfs niet zoals de minister stelt "op een later tijdstip". Te denken valt aan een ongebruikelijke transactie geconstateerd bij een overnametarget in het kader van het opstellen van een due diligencerapport door een belastingadviseur in opdracht van een potentiële koper. Wellicht dat deze twijfel ook nog weggenomen kan worden bij het nog in te dienen wetsvoorstel.

 

De minister doet in zijn brief tevens een uitspraak over de reikwijdte van de Wwft. Ook forensische activiteiten, door wie dan ook uitgevoerd, vallen naar het oordeel van de minister onder de Wwft. De minister noemt de uitzondering niet, maar men moet wel bedenken dat een uitzondering op de meldingsplicht van toepassing is wanneer de forensische activiteiten worden uitgevoerd door of in opdracht van een van de beroepsbeoefenaren genoemd in artikel 1, lid 2 Wwft in het kader van de bepaling van de rechtspositie van een cliënt dan wel (de voorbereiding op) een rechtsgeding.

 

Dit bericht is in belangrijke mate ontleend aan een bericht in de elektronische nieuwsbrief van 27 januari 2010 van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, met wie het NIVRA en de NOvAA de Richtsnoeren voor de interpretatie van de Wwft hebben uitgevaardigd.

 

Voor vragen kunt u contact opnemen met André Broers, telefoonnummer (070) 338 36 26 of e-mail: abroers@novaa.nl. abroers@novaa.nl

 

Antwoord minister Bos van 21 januari 2010

Vragen van het Bureau Financieel Toezicht

 

Richtsnoeren voor de interpretatie van de Wwft

De beroepsorganisaties NOB, NFB, CB, NIVRA en NOvAA publiceren de Richtsnoeren voor de interpretatie van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Voor leden van het NIVRA en de NOVAA gelden deze Richtsnoeren als Leidraad 15. Deze wet is op 1 augustus 2008 in werking getreden. De gezamenlijke toezichthouders hanteren nog een coulanceperiode tot 1 januari 2009.

 

Download Richtsnoeren Wwft / Leidraad 15:

Richtsnoeren Wwft

266 K


Wwft: hoe handelt de accountant?

Accountant Adviseur | Auteur: André Broers

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) die de wetten WID en MOT vervangt?

Hoe handelt de accountant