Homepage / Over de NOvAA / Geschiedenis

Geschiedenis

Eerste bestuur Nederlandse Orde van Accountants omstreeks 1950

Op 28 augustus 1948 werd de Nederlandse Orde van Accountants (NOvA) opgericht door 23 leden van de Algemene Vereniging van Accountants en Administratiekantoren. Als het bestuur van deze vereniging onvoldoende opheldering kan verschaffen over de bestedingen van de verenigingsgelden, krijgen enkele leden argwaan. De vereniging blijkt officieel een stichting te zijn waardoor de bestuurder vrij kan beschikken over alle geldelijke middelen. De affaire is een financiële tegenvaller voor de leden en een blamage voor de hele beroepsgroep, die integriteit zo hoog in het vaandel heeft staan.

In reactie op de malversatie besluiten zij de NOvA op te richten. De NOvA is dan de vijftiende accountantsorganisatie in Nederland. In 1949 verschijnen de Bond van Landbouwaccountants en de Algemene Vereniging van Accountants aan het firmament. Een jaar later volgt de Nederlandse Associatie van Accountants.

Koninklijk Besluit erkend

Twee jaar na oprichting, op 25 november 1950, wordt de NOvA bij Koninklijk Besluit erkend. De Orde kan in de toekomst haar stem met recht doen gelden in de strijd om de wettelijke regeling.

Commissie-Van der Grinten

In mei 1954 wordt de Commissie-Van der Grinten geïnstalleerd met de opdracht advies uit te brengen over de wenselijkheid van een wettelijke regeling. De Orde installeert een wetenschappelijk bureau om de ontwikkelingen rond de wettelijke regelingen te volgen en te bestuderen.

In 1955 stelt de Commissie in een rapport dat de titel accountant vrij blijft omdat een nauwkeurige definiëring van taak en functie onmogelijk is. De titel registeraccountant wordt echter wel beschermd. In 1957 dient de NOvA haar ‘kritisch commentaar’ op het advies van de Commissie in bij het parlement.

WRA wordt ingediend

In 1959 wordt het wetsontwerp, de Wet op de Registeraccountants (WRA), ingediend. Deze wet is gebaseerd op de adviezen van de Commissie van der Grinten. Alle pleidooien van de afzonderlijke accountantsverenigingen voor een integrale regeling lijken tevergeefs. De niet-registeraccountants dreigen buiten de boot te vallen.

Accountantsdag

In reactie op het wetsontwerp wordt besloten een groots opgezette manifestatie te organiseren. Op 20 februari 1960 komen leden van verschillende accountantsorganisaties, de pers, vertegenwoordigers van verschillende departementen, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en wetenschappers bij elkaar in de Utrechtse Stadsschouwburg.

De aanwezigen nemen unaniem een resolutie aan, gericht aan de leden van de Eerste en Tweede Kamer, waarmee zij het wetsontwerp afwijzen en aandringen op een integrale regeling waarbij toegang tot het beroep voor onbevoegden wordt afgegrendeld en aangedrongen wordt op tuchtrechtspraak.

De Accountantsdag in Utrecht markeert het einde van een periode waarin accountantsverenigingen in volle vrijheid konden ontstaan. Het besef dat samenwerking noodzakelijk is als men iets wil bereiken in het wetgevingsproces groeit gestaag.
 

WRA en de motie Reehorst.

In 1962 wordt de WRA een feit. De integrale regeling waarvoor andere organisaties zich hard hebben gemaakt is hiermee van de baan. De tweedeling wordt ‘officieel’: naast de registeraccountant komt er een tweede groep accountants. PvdA-lid Reehorst vraagt in een motie om een nadere regeling voor de niet-registeraccountants.

Commissie wettelijke regeling niet-registeraccountants
De Commissie wettelijke regeling niet-registeraccountants krijgt in 1964 de opdracht een wettelijke regeling nader uit te werken. In de commissie hebben zowel registeraccountants als niet-registeraccountants zitting. Al snel is er sprake van een onoverbrugbare controverse tussen beide groepen. Het rapport van de commissie wordt in november 1966 ingediend bij het ministerie van Economische Zaken. De wettelijke regeling voor niet-registeraccountants lijkt verder weg dan ooit.
 

NIVRA

Op 6 maart 1967 treedt de WRA volledig in werking. De twee organisaties van registeraccountants gaan op in een nieuwe publiekrechtelijke beroepsorganisatie: het Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA). De RA’s krijgen een forse voorsprong op hun vakbroeders, die nog altijd geen wettelijke bescherming genieten.  

Wet op de Accountants-Administratieconsulenten (WAA)
Vanaf 1969 wordt over functieomschrijving, beroepsinhoud en titel, moeizaam onderhandeld. Op 13 juni 1972 verloopt de behandeling van het wetsontwerp in de Tweede Kamer echter bijzonder vlot. Op 12 december van hetzelfde jaar keurt ook de Eerste Kamer de WAA goed en voltooit hiermee de wettelijke regeling van het accountantsberoep. Op diezelfde dag wordt onder auspiciën van de NOvA een nieuwe beroepsvereniging opgericht: de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten, de NOvAA.

Op 1 maart 1974 treedt de WAA volledig in werking: het begin van een nieuw beroep dat ontwikkeld en uitgebouwd moet worden!

NOvAA

In 1976 zijn de meeste NOvA-leden inmiddels ingeschreven bij de NOvAA. Op 7 januari besluit de Algemene Ledenvergadering van de NOvA dan ook de oude Nederlandse Orde van Accountants te herstructureren tot de privaatrechtelijke beroepsorganisatie NOvAA.

Vierde EG-richtlijn

In november 1984 behandelt de ministerraad het voorontwerp tot wijziging van de accountantswetgeving en wordt het wetsontwerp (19150) ter advisering naar de Raad van State gezonden. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer wordt met een motie van CDA-lid Schartman aanvaard ‘dat de gebruikers van accountantsdiensten in midden- en kleinbedrijf en landbouw gebaat zijn bij een blijvend volwaardig functioneren van de Accountants-Administratieconsulenten, ook voor middelgrote ondernemingen’. De motie betekent voor de NOvAA erkenning van het belang van de AA’s voor het werkterrein.

Werkgroep Nicaise

Terwijl de voorstellen om de accountantswetten te wijzigen nog niet zijn afgehandeld, komt in januari 1984 het rapport uit van de interdepartementale werkgroep ‘deregulering regelgeving sociaal-economische ordening en kwaliteitsbevordering’, ook wel werkgroep Nicaise genoemd.

Commissie Toekomstverkenningen Accountantsberoep
De werkgroep Nicaise concludeert dat de tweedeling in het accountantsberoep onduidelijk is voor het maatschappelijk verkeer. Hun voorstel: beide accountantswetten integreren in een nieuwe regeling, in de toekomst slechts één beroepsgroep en één titel, namelijk certificerend accountant en een deskundigheidsniveau dat moet liggen tussen dat van de RA’s en AA’s.

De NOvAA is gematigd positief. Het NIVRA reageert afwijzend. Het leidt tot de oprichting van het zoveelste overleg tussen Economische Zaken, NIVRA en NOvAA: de Commissie Toekomstverkenningen Accountantsberoep.
 
Commissie Advisering Stroomlijning Accountantswetgeving (CASA)
De implementatie van de Achtste EG-richtlijn in de Nederlandse wetgeving moet plaatsvinden per 1 januari 1990. In de richtlijn staat aan welke eisen iemand moet voldoen om de status van wettelijk controleur te krijgen. De NOvAA verzoekt de staatssecretaris van Economische Zaken een adviescommissie in te stellen om de gevolgen van de Achtste richtlijn en de uitkomsten van de werkgroep Nicaise te verwerkingen in een integraal plan voor een nieuwe wettelijke regeling voor AA’s en RA’s. In oktober 1988 wordt de CASA, ook wel de commissie-Geelhoed genoemd, een feit.

De commissie komt in april 1990 met haar rapport waarin zij adviseert de WAA en de WRA te vervangen door een nieuwe accountantswet, zodat er in de toekomst nog maar één type wettelijke controleur is, die qua deskundigheid past binnen de normen van de Achtste EG-richtlijn.
 

Wetsvoorstel Achttienribbe-Buys

De Tweede Kamer neemt in oktober 1992 het initiatiefwetsvoorstel Achttienribbe-Buys aan. Kern van het voorstel: de AA wordt na het afronden van de overgangsregeling volledig certificeringsbevoegd en mag uit dien hoofde ook grote ondernemingen controleren. De gedrags- en beroepsregels voor de wettelijke controle moeten voor AA’s en RA’s gelijkluidend zijn. De wet wordt na zes jaar geëvalueerd. Conclusie: de tweedeling in het beroep blijft bestaan, de toekomst van de AA’s is voorlopig veiliggesteld. In 1993 krijgt de NOvAA de publiekrechtelijke status.

Marktwerking Deregulering en Wetgevingskwaliteit

Het verrast de NOvAA dat de accountantswetgeving wordt betrokken in het MDW-traject. Een rustige voorbereiding op de evaluatie van de accountantswet wordt hiermee onmogelijk. Als de MDW-werkgroep accountancy haar zin krijgt betekent dit dat alleen de controlebevoegdheid wettelijk wordt geregeld waardoor de hele accountantswetgeving op de helling komt te staan. De NOvAA krijgt november 1997, bij de behandeling van het MDW-rapport in de vaste kamercommissie, brede politieke steun in haar verzet tegen de voorstellen.
 

Evaluatie van de accountantswet

Op 16 oktober 2000 ziet het Rapport Berenschot het licht. De belangrijkste conclusie van het rapport is dat de bestaande accountantswetgeving goed functioneert. De onderzoekers zien dan ook geen aanknopingspunten voor de veranderingen die het kabinet voorstelt. Bovendien, zo blijkt uit het rapport, heeft het Nederlandse accountantsberoep nationaal en internationaal een goede reputatie.

Convenant NIVRA-NOvAA

Minister Jorritsma van Economische Zaken komt op 13 november 2001 met een voorstel dat in lijn ligt met wat de MDW-werkgroep accountancy heeft voorgesteld. Als reactie daarop sluiten NOvAA en NIVRA op 30 januari 2002 een convenant, omdat het ontbreken van een gezamenlijk standpunt niet bijdraagt aan een sterke politieke lobby. Daarin spreken zij uit dat beide beroepsgroepen, AA’s en RA’s, gebaat zijn bij de handhaving van de wettelijke regeling. Ook het stelsel van zelfregulering op het gebied van kwaliteitsnormen moet gehandhaafd blijven.

Tevens stellen NIVRA en NOvAA voor een extern toezichtorgaan in te stellen en willen zij de Europese aanbevelingen over de onafhankelijkheidsregelgeving zo snel mogelijk invoeren.

Tweede Kamer

Naast de beroepsorganisaties zijn ook de meeste politieke partijen niet tevreden over het kabinetsstandpunt. VVD-kamerlid Van Baalen dient een motie in die brede steun krijgt in de Kamer. De motie komt kort gezegd op drie punten neer.

Ten eerste wil de Kamer dat de scheiding van controle en administratieve dienstverlening alleen geldt voor het topsegment van de markt en niet voor het midden- en kleinbedrijf. Op de tweede plaats maakt de Kamer zich sterk voor extern toezicht op de onafhankelijkheid van de accountant. Ten slotte laat de Kamer minister Jorritsma weten dat de titel van accountant wettelijk beschermd dient te blijven.

In februari 2003 verhuist het dossier van Economische Zaken naar Financiën. De pas aangetreden minister van Financiën, Zalm, houdt een consultatieronde. Daarbij legt hij zijn oor onder meer te luister bij de beroepsorganisaties. Zalm zegt toe vóór 21 september met een consultatiebrief te komen. 'Geruststellend' is de gedachte dat, wat de minister betreft, de motie-Van Baalen uitgangspunt voor zijn beleid zal zijn.

11e lustrum NOvAA

Op 28 augustus 2003 viert de NOvAA haar 11e lustrum. De NOvAA heeft sinds haar oprichting geknokt voor de beroepsgroep. Die houding heeft bijgedragen tot de ontwikkeling en uitbouw van het beroep en tot maatschappelijke aanvaarding van en waardering voor een groep beroepsbeoefenaren die een halve eeuw geleden nog als 'beunhazen' bestempeld werd.

 

 



Wachtwoord vergeten?
AA Nieuws
Het ZakenZakboekje: vraag het nu aan!
AA-Link: de schakel tussen startende AA's
© Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten Disclaimer